Historie Hilvarenbeek

Geschiedenis van Hilvarenbeek en Diessen in vogelvlucht

De huidige gemeente Hilvarenbeek is voortgekomen uit een samenvoeging van de voormalige gemeenten Hilvarenbeek en Diessen. Historisch gezien hebben beide gemeenschappen echter van oudsher veel met elkaar gemeen.

Bewoning kwam in dit gebied al voor in de prehistorie, zoals is gebleken uit talloze vondsten van onder meer stenen en bronzen bijlen. Opzienbarend was de ontdekking (in 1957) van een urnenveld uit de Late Bronstijd (1000-700 voor chr.) in het Laag Spul, nabij het Spruitenstroompje. Nog belangwekkender was de opgraving (in 2001) in het Diessens Reuseldal, van een Romeinse nederzetting, vermoedelijk uit de periode 50 tot 200 na chr.) Het is niet toevallig dat deze sporen van vroege bewoning juist bij riviertjes werden aangetroffen: daar waren de vruchtbare gronden en – uiteraard – water. Het zijn bij uitstek deze waterlopen, stromend vanuit het zuiden naar de grote rivieren, die het landschap in deze contreien bepaald hebben.

Vanaf de Middeleeuwen groeiden de gehuchten langzaam maar zeker uit tot dorpsgemeenschappen. De woeste zandgronden werden stukje bij beetje in cultuur gebracht als (gemeenschappelijke) landbouwgrond, en de gezamenlijke gebruikers vormden ‘gemeynten’ om het beheer te regelen.
In religieus opzicht gaat de ontwikkeling gelijk op. In Diessen heeft de abdij van Echternach veel invloed. In 1069 wordt er in een oorkonde voor het eerst melding gemaakt van een kerk, maar zeer waarschijnlijk stond er al in de achtste eeuw een kerkje, toegewijd aan St. Willibrordus. De huidige kerk in gotisch-Kempische stijl werd gebouwd tussen 1400 en 1500.
De kerkelijke activiteiten van Hilvarenbeek zijn van iets jonger datum, vermoedelijk vanaf de negende eeuw. De kerk aan het Vrijthof komt voor het eerst voor in een oorkonde van 1192. Ruim honderd jaar later werd de basis gelegd voor de huidige, bakstenen kerk; de toren dateert van 1450.
De stichting van een kapittel, omstreeks 1200, is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van Hilvarenbeek. Een kapittel was een college van geestelijken (kanunniken), dat voor de eredienst in de kerk zorgde. Daarnaast gaven de kanunniken onderwijs, en met succes, want in de vijftiende eeuw stroomden maar liefst 104 Bekenaren door naar een academische opleiding in onder meer Leuven. In de vijftiende eeuw groeide Hilvarenbeek allengs uit tot een religieus en cultureel centrum van formaat.

Bestuurlijk vormde het gebied vanaf de 14e eeuw de Heerlijkheid Hilvarenbeek, waartoe ook Diessen, Westelbeers en Riel behoorden. De bestuurlijke macht berustte voor de ene helft bij de Hertog van Brabant en voor de andere helft bij de prins-bisschop van Luik. Zij bepaalden gezamenlijk de rechten in de Heerlijkheid, bv. op het gebied van rechtspraak, jacht en visserij. De Heerlijkheid had een schepenbank, waar criminelen terecht moesten staan en waar burgelijke geschillen werden behandeld. De rechters hielden zitting in een vierschaar onder de lindeboom op het Vrijthof, die er ruim driehonderd jaar later nog altijd staat.
Economisch ontwikkelde Hilvarenbeek zich in die periode voorspoedig., met name op en om de Vrijthof vestigden zich tal van ambachtslieden, maar ook advocaten, notarissen en chirurgijns, die met de kanunniken een elite vormden. Er ontstond zelfs een transportsector, omdat Hilvarenbeek op de baan Keulen-Antwerpen kwam te liggen.

Met het eind van de Tachtigjarige Oorlog, kwam er ook een abrupt einde aan de bloeiperiode van Hilvarenbeek. Landbouw is dan, net als in Diessen, de belangrijkste bron van een hard bestaan. Op kleine akkertjes, die vandaag de dag hier en daar nog zichtbaar zijn, ploeterden de boeren voor hun boterham. De dorpsbewoners kregen te maken met rampspoed en geweld, het was een periode van neergang.
Het jaar 1810 betekende bestuurlijk een ommekeer. Op gezag van de Franse bezetter kwam er een nieuwe bestuursstructuur. De Heerlijkheid verdween, Diessen en Hilvarenbeek werden zelfstandige gemeenten. Maar verder ging het leven gezapig zijn gangetje. Diessen telde rond 1810 ongeveer 800 zielen, een eeuw later niet veel meer, voor Hilvarenbeek gold hetzelfde, de bevolkingsomvang schommelde al die tijd rond de 2300 zielen.

Bij de overgang van 19e naar de 20e eeuw kwamen de lokale samenlevingen in een stroomversnelling. Door het gebruik van kunstmest stegen de rendementen van de boerenbedrijven, grote heidegebieden werden ontgonnen. Er kwamen landgoederen zoals Gorp en Rovert, Annanina’s Rust en De Utrecht. In de dorpen kwamen kleine ambachtelijke bedrijfjes (Diessen) en sigarenfabriekjes, schoenfabriekjes en leerlooijen (Hilvarenbeek) waren honderden mensen emplooi vonden. De katholieke kerk drukte een steeds nadrukkelijker stempel op de gemeenschappen van Hilvarenbeek en Diessen, de kerkdorpen kregen hun eigen parochies.
Al snel na de Tweede Wereldoorlog brak in Hilvarenbeek en, in mindere mate in Diessen, een nieuwe tijd aan. Traditonele werkgelegenheid verdween in hoog tempo, met name in de landbouw. Hilvarenbeek ontwikkelde zich tot een forensendorp en de komst van ‘allochtonen’, d.w.z. niet-Brabanders, veroorzaakte een ware cultuurshock. Diessen behield langer zijn oorspronkelijk, agrarische karakter, maar kreeg vanaf de jaren zeventig een toestroom van ‘import’. Bestuurlijk werden Hilvarenbeek en Diessen op 1 januari 1997 in elkaars armen gedreven; samenvoeging was onafwendbaar.

Geraadpleegde literatuur:

  • Jef van Gils en Ronald Peeters, Hilvarenbeek en zijn kerkdorpen, 1994
  •  W. Jacobs en W. van Oosterhout, Van Deusone naar Diessen, 1997
  • P.C. de Brouwer, Hilvarenbeek tot 1813, 1947
  • M. van Asseldonk, De Meierij van ‘s-Hertogenbosch, 2002
  • K. Leenders, Cultuurhistorisch overzicht van het landinrichtingsgebied De Hilver, 2002
  • G. Beex e.a., Hilvarenbeek in heden en verleden, 1970
  •  L. Adriaenssen, Hilvarenbeek tussen de Hertog en de Generaliteit, 1987

Zie verder: http://rhc.tilburg.nl/maprhc.htm

Oorkonde uit 1157, met daarin de eerste vermelding van de plaatsnaam Beek
Meester Hendrik Broeders (1807 -1865), tevens geschiedschrijver
Kasteel Groenendael rond 1900
Eind 19e eeuw werd een begin gemaakt met de aanleg van landgoed De Utrecht en werden deze huizen gebouwd
In Baarschot was van 1717 tot 1949 brouwerij Het Witte Kruis gevestigd, tegenwoordig restaurant d'Ouwe Brouwerij
Van 1907 tot 1935 reed er een stoomtram van Tilburg-Goirle-Hilvarenbeek-Esbeek naar de Belgische Grens
Verdwenen korenmolen De Onvermoeide in Diessen was van het type grondzeiler